Copy
SKILLNET– Sharing Knowledge in Learned and Literary Networks
Beste vrijwilliger,

Toen onze projectleider een half jaar geleden het voorwoord bij de vorige nieuwsbrief schreef, hadden we allemaal gehoopt dat COVID-19 inmiddels op zijn retour zou zijn. Helaas gaan we nu, zo vlak voor kerst, een nieuwe, strengere lockdown in. Gelukkig is er verlichting op komst. Anders dan in de vroegmoderne tijd, waarin er weinig anders op zat dan in quarantaine te gaan en een pestepidemie uit te laten razen, beschikken we nu over een geavanceerde medische wetenschap die ervoor gezorgd heeft dat er volgend jaar al begonnen kan worden met het inenten van een vaccin. Een belangrijke factor in de vooruitgang van de geneeskunde is natuurlijk de uitwisseling van kennis. Voordat er medische tijdschriften waren werd deze kennis uitgewisseld door middel van brieven. Zo konden waarnemingen van ziekteverloop, zaden van geneeskundige planten, kennis uit oude Latijnse en Arabische geschiften enz. gecommuniceerd worden. Een interessante correspondentie op dat vlak is die van de Leidse arts Herman Boerhaave, van wie ook brieven in CEMROL zijn opgenomen. Boerhaave was een vernieuwer op medisch gebied. Zo was hij bijvoorbeeld de eerste arts die thermometermetingen in de klinische praktijk bracht. Sommige van zijn remedies doen ons evenwel wat merkwaardig aan. Zo kunnen we in een brief uit 1703 aan zijn zwager Jakob Kaau, die ook arts was, lezen over een patiënte die aan 'longteering' (tuberculose) leed. Als remedie tegen de koorts had hij haar aangeraden 'Spaansche wijn' te drinken. Verder zouden drie koppen koffie op een lege maag helpen tegen het slijm dat ze ophoestte. Boerhaave werd zelfs zo beroemd dat het verhaal gaat dat hij een brief uit het Verre Oosten ontving die slechts geadresseerd was ‘Aan de heer Boerhaave, geneesheer in Europa.' Dat deze anekdote niet helemaal waar bleek te zijn, mag de pret niet drukken – het zegt alles over zijn reputatie.

Gelukkig hebben we ons door de lockdown niet tegen laten houden om in juli weer een vrijwilligersbijeenkomst te organiseren. We hebben online een datasprint gehouden die productief was, en dankzij een kennisquiz ook interactief! Daarover lees je meer in deze nieuwsbrief. Ook lijkt het erop dat mensen door de lockdown meer tijd hebben voor crowdsourcingsprojecten zoals CEMROL. Het aantal vrijwilligers is in een jaar met een derde toegenomen en de berg werk die jullie verzet hebben is in die tijd verdrievoudigd! Veel dank hiervoor!

Robin Buning
projectassistent SKILLNET

Verslag online datasprint CEMROL op 3 juli 2020

door Teunie Rouwendal

Op 3 juli vond er een online datasprint voor bestaande CEMROL-vrijwilligers en andere geïnteresseerden plaats.

Na de twee succesvolle voorgaande activiteiten voor vrijwilligers, organiseerde het SKILLNET-team ook in het voorjaar van 2020 een publieksdag. Door COVID-19 konden we elkaar helaas niet in levenden lijve ontmoeten, maar gelukkig bood een online datasprint met behulp van het programma ZOOM uitkomst. In een datasprint verzamel je met een groep in één samenkomst zoveel mogelijk data.

De online bijeenkomst, met zo’n 14 deelnemers, begon met een introductie door de projectleider van het SKILLNET-project, Dirk van Miert. Daarna liet postdoc-onderzoeker Ingeborg van Vugt de resultaten en visualisaties tot nu toe zien. Op de CEMROL-website staat een  overzicht van het percentage brieven per taal dat al gemarkeerd en getranscibeerd is. Op de SKILLNET- website staat al een paar visualisaties.
 

Ingeborg presenteert de resultaten tot nu toe

Na Ingeborgs presentatie werkten we gezamenlijk in CEMROL. In zo’n 45 minuten verzamelden we veel nieuwe data. Ook was er ruimte om vragen te stellen. Door het scherm te delen konden we met elkaar meekijken. Veel vragen die langskwamen zijn verwerkt in de pagina Veelgestelde vragen op de CEMROL-website.

Na gedane arbeid was het tijd voor wat ontspanning. We sloten de bijeenkomst af met een quiz over de Republiek der Letteren en daaraan gerelateerde onderwerpen, zoals 'Hoe werden brieven in de vroegmoderne tijd bezorgd?' en 'Wie gebruikte voor het eerst de term Republiek der Letteren?'.

De deelnemer die het snelst het goede antwoord gaf kreeg het hoogste aantal punten. De winnaar kreeg het boek Republiek der Letteren. De Europese intellectuele wereld 1500-1760 van Hans Bots thuis gestuurd.

CEMROL-nieuws
Er zijn nu bijna 1000 vrijwilligers actief die samen 388.403 classificaties hebben gedaan (één classificatie is gelijk aan één veld dat gemarkeerd of getranscribeerd is). Dat is meer dan een verdriedubbeling ten opzichte van een jaar geleden!

Nieuw op de beginpagina van CEMROL is de weergave van het percentage brieven per taal dat al gemarkeerd en getranscribeerd is.

Om de data die we binnen het SKILLNET-project verzamelen te visualiseren en daarbinnen te selecteren op het soort metadata en de periode, maken we sinds kort gebruik van het programma Nodegoat. Daarin worden ook de gegevens opgenomen die
door de vrijwilligers van CEMROL zijn verzameld. Je kunt de visualisaties bekijken en zelf met de data 'spelen' (manipuleren) via de publieke interface: https://nodegoat.skillnet.hum.uu.nl/viewer.p/1/1765/scenario/9/geo. Er zijn verschillende manieren om de data te visualiseren: je kunt op een kaart kijken waarvandaan brieven geschreven zijn en waarnaartoe (klik op 'Map'). Of je kunt kijken wie met wie verbonden is door middel van brieven (klik op 'Network'). Ook kun je zien hoeveel brieven per jaar verstuurd werden (klik op 'Chart'). Ten slotte kun je onderin het scherm de periode waarnaar je kijkt aanpassen en de veranderingen door de tijd zien door op het afspeel-icoontje in het midden te klikken.

Een kijkje achter de schermen: wat gebeurt er met de gegevens die de vrijwilligers invoeren

door Lars Punt

Als stagiair bij het SKILLNET-project heb ik geholpen bij het opschonen van de in CEMROL ingevoerde gegevens.

Wanneer de vrijwilligers klaar zijn het met markeren en transcriberen van een complete brieveneditie in CEMROL wordt van de gegenereerde data automatisch een bestand gemaakt waarop de gemarkeerde afzenders, ontvangers, datums, plaatsen etc. komen te staan. Deze lijst wordt vervolgens ‘opgeschoond’: alle informatie wordt gecontroleerd en zo nodig aangepast of aangevuld. Wanneer de data voor alle brieven van de brieveneditie bekend zijn, worden de afzenders en ontvangers voorzien van een paar identificatienummers. Hiervoor gebruiken wij de identificatienummers van het Virtual International Authority File (VIAF) en van Early Modern Letters Online (EMLO). Dit zijn twee verschillende databases waarin meer informatie over de persoon te vinden is. Dit komt ook van pas omdat brieven vaak ondertekend zijn met variaties van iemands naam. Door een algemeen identificatienummer te gebruiken is er uiteindelijk vast te stellen dat de brieven uit verschillende edities van één en dezelfde afzender of ontvanger zijn.
 

Voorbeeld van nog op te schonen data


Op het moment dat de gehele lijst compleet, is kan de editie toegevoegd worden aan Nodegoat. Dit is het dataprogramma dat het SKILLNET-project gebruikt. Eerst moet de specifieke brieveneditie worden toegevoegd, vervolgens alle afzenders en ontvangers, en uiteindelijk worden alle afzonderlijke brieven geïmporteerd en gekoppeld aan de juiste persoon. Wanneer dit gebeurd is, is het mogelijk voor de onderzoekers om verschillende visualisaties uit te voeren die zij voor onderzoek kunnen gebruiken en die ook direct een beter beeld geven van het ontstane netwerk.
 

Geografische kaart van afzenders en ontvangers
 

Voorbeeld van netwerken die zijn gevisualiseerd

Digitale presentatie over de Republiek der Letteren


Voor de Nacht van de Utrechtse Geschiedenis maakte Ingeborg van Vugt een digitale presentatie over de Republiek der Letteren en meer in het bijzonder haar onderzoek naar de Florentijnse bibliothecaris Antonio Magliabechi en hoe de in CEMROL ingevoerde gegevens haar daarbij helpen. Je kunt de presentatie bekijken door op de afbeelding hieronder te klikken:
 

Rebelse vrouwelijke boekdrukkers in Antwerpen

door Teunie Rouwendal


Koop je nog steeds echte boeken? Degene die op papier zijn gedrukt en waar je doorheen kunt bladeren? Of ben je al overgestapt op e-books? Sommige mensen hebben zeer sterke meningen over gedrukte boeken versus e-books, vooral op het internet. De twee partijen in deze discussie zijn vaak het slachtoffer van doemdenken of koesteren een al te utopische kijk op het onderwerp. Deze discussie is in zekere zin vergelijkbaar met een revolutie in de boekenbranche van honderden jaren geleden: de opkomst en popularisering van de drukpers. De drukpers had een enorme impact. Net als in onze tijd waren er voors en tegens waar het ging om deze nieuwe techniek. Het is echter een feit dat de drukpers, net als de digitalisering, heeft bijgedragen aan een enorme verspreiding van kennis.

De focus van dit artikel ligt niet op het boekbedrijf in het algemeen, maar op een aspect ervan dat over het hoofd is gezien: vrouwen in het uitgeversbedrijf van Antwerpen in de zestiende en zeventiende eeuw. Deze vrouwen waren allemaal weduwen. Hun echtgenoten waren de zaak begonnen en na hun dood hadden hun vrouwen de zaak overgenomen. Vaak waren de vrouwen achter de schermen al actief in de drukkerij, maar na het overlijden van de echtgenoten namen ze een meer publieke rol op zich. Victoria Christman, die onderzoek deed naar deze weduwen, beweert dat er in de zestiende eeuw minstens zestien weduwen actief waren in het uitgeversbedrijf. Deze vrouwen opereerden tijdens de hoogtijdagen van Antwerpen als boekenstad, tussen 1530 en 1580. Vijf van deze vrouwen zijn bijzonder interessant omdat ze betrokken waren bij de 'publicatie van religieus materiaal dat van twijfelachtige rechtsgeldigheid was', schrijft Christman. Deze vrouwen drukten teksten die in strijd waren met de edicten van Keizer Karel en zijn opvolger Filips II. Het is een interessant feit dat voor twee van hen, Maria Ancxt en Catherine van Ruremund, het schenden van deze edicten leidde tot de dood van hun echtgenoten. Twee van de andere overleden echtgenoten werden ook meerdere malen door de autoriteiten vervolgd voor hun publicaties.  Studies zoals die van Christman tonen aan dat Nederlandse weduwen vanwege hun status een aanzienlijke vrijheid hadden. Het feit dat deze vrouwen hun straf konden ontlopen is een teken dat de plaatselijke autoriteiten een gendergerelateerd patroon van veroordeling hadden: ze waren vergevingsgezinder voor de weduwen dan voor de mannen die vóór hen de leiding hadden gehad. Bovendien is het een bewijs voor de rol die vrouwen hebben gespeeld in de verspreiding van kennis.
 

Boekenstalletje van Van Liesvelt, door P. Van Reeth (19de eeuw) (bron: Biblia Neerlandica)


Verspreiding van kennis was een van de vereisten in de morele economie van de Republiek der Letteren. De drukpers maakte het delen gemakkelijker omdat het proces van kopiëren werd vereenvoudigd. Drukkerijen speelden in die tijd een essentiële rol in de academische wereld. Er bestaat echter geen consensus over de vraag of drukkers onder de Republiek der Letteren moeten worden gerekend. Men kan stellen dat dit niet het geval was, omdat ze niet tot de hogere academische kringen behoorden: de meesten van hen deden geen eigen onderzoek en schreven ook geen academische teksten. De drukkers hebben alleen maar gekopieerd wat door anderen is geschreven en de informatie verspreid. Toch is het dit laatste detail dat hen zeer belangrijk maakt voor de Republiek der Letteren. Ze legden contacten met geleerden, traden op als poortwachters van wat wel en wat niet in druk werd verspreid, en schreven voor de boeken in hun portfolio vaak een voorwoord aan de lezer in het Latijn, waarin de inhoud van het boek werd uiteengezet. Hans Bots wijdde in zijn laatste monografie De Republiek der Letteren dan ook een heel hoofdstuk aan de Nederlandse drukkerijen, waarbij hij ze ronduit in het domein van de Republiek der Letteren plaatste. Terwijl de verspreiding van kennis met de opkomst van de boekdrukkunst minder tijdrovend en goedkoper werd, maakten de mensen die zich met de boekdrukkunst bezighielden deel uit van de grotere kring van de Republiek der Letteren. In haar baanbrekende (en veel bediscussieerde) klassieke studie naar de invloed van de boekdrukkunst op de samenleving geeft Elisabeth Eisenstein het voorbeeld van Pierre Bayle, de laat 17de-eeuwse hugenoot. Hij was redacteur van het tijdschrift Nouvelles de la république des lettres, dat werd gedrukt door Reinier Leers in Rotterdam. Eisenstein zag dit als een manifestatie van de behoefte aan een bloeiend boekbedrijf. Leers kon het tijdschrift van Bayle drukken omdat hij vertrouwde op 'de relatieve vrijheid die Nederlandse drukkers genoten en op het bestaan van een voldoende groot internationaal lezerspubliek voor steun', aldus Eisenstein. Dit voorbeeld toont aan dat de relatie tussen boekdrukkerijen en de Republiek der Letteren voor beide partijen gunstig was.
 

Titelpagina van de Liesveltbijbel (Antwerpen: door de weduwe van Jacob van Liesveldt, 1560) (bron: Biblia Neerlandica)


De weduwendrukkers in Antwerpen vertrouwden op dezelfde voordelen voor hun drukkerij. De stad Antwerpen was in de eerste helft van de zestiende eeuw het Noord-Europese centrum van heterodoxe uitgaven. Vanuit Antwerpen werden de boeken over heel Europa verscheept. Alastair Duke, die de methoden van de Inquisitie in deze periode bestudeerde, heeft gesuggereerd dat van de vierduizend boeken die tussen 1500 en 1540 in Europa werden uitgegeven, de helft in Antwerpen werd gedrukt.  Christman voegt eraan toe dat bijna de helft van die publicaties protestantse invloeden bevatte. De vijf heterodoxe weduwen die in Antwerpen opereerden, produceerden allemaal illegale publicaties ondanks het feit dat ze wisten dat dit als een halsmisdaad was aangemerkt. De man van Maria Ancxt, Jacob van Liesvelt, was in 1545 bijvoorbeeld geëxecuteerd als direct gevolg van het uitgeven van verboden werken. Sommige geleerden hebben gesuggereerd dat de reden voor Jacobs veroordeling een gravure was waarin de duivel wordt afgebeeld als onderdeel van de geestelijkheid, meer bepaald als monnik. Hij draagt zelfs een habijt en houdt een rozenkrans vast. Het blijft echter onduidelijk of dit de ware reden was, want dezelfde gravure werd later gebruikt in geautoriseerde katholieke publicaties, zoals De Woestijne des Heeren. Dit zou betekenen dat ze niet zo problematisch waren als door moderne geleerden wordt verondersteld. Het is waarschijnlijker dat Jacobs kanttekeningen in verschillende andere van zijn publicaties (die een duidelijk verzet tegen de katholieke kerk vertoonden) hem in de problemen hebben gebracht. Na zijn dood bleef Maria werken van dezelfde categorie publiceren. Haar drukkerij lijkt niet beïnvloed te zijn door Jacobs veroordeling. Omdat vrouwen als Maria en haar medewerkers moedig genoeg waren om de regels te weerstaan, kon de protestantse theologie zich verspreiden en werden bijbels in de volkstaal gedrukt. Catherine van Ruremund bijvoorbeeld, die de zaak overnam van haar overleden echtgenoot Christoffel, publiceerde illegale werken in het Engels, waaronder Tyndale's Nieuwe Testament. Door Catherine en andere weduwendrukkers werd veel bediscussieerde kennis toegankelijker.
 

Titelpagina van Petrus Godefridi, De Woestijne des Heeren (Antwerpen: Hieronymus Verdussen, 1613) (bron: Biblia Neerlandica)


Het merendeel van de studies over de Republiek der Letteren richtte zich op de geleerden die deel uitmaakten van deze gemeenschap. Bij het schrijven over vrouwen en de Republiek der Letteren richten historici zich vaak op de zeventiende eeuw en noemen ze vrouwen als Anna Maria van Schurman en prinses Elisabeth van de Palts. Toch hebben de mannelijke stemmen altijd meer aandacht gekregen. Wanneer echter de bredere context van kennisdeling in deze periode in ogenschouw wordt genomen, kan een veel diverser en complexer netwerk worden ontdekt. Door boekdrukkers te zien als noodzakelijke leden van de bloeiende Republiek der Letteren en meer aandacht te besteden aan kennisdeling, wordt een alternatieve manier gevonden om geleerde vrouwen te identificeren, hen in de geschiedschrijving van de Republiek der Letteren op te nemen, en een gevarieerdere en inclusievere geschiedenis te bieden die beter aansluit bij de feitelijke sociale realiteit van de vroegmoderne kenniseconomie.

 

Prettige kerstdagen en een gelukkig 2021!

 
The research leading to these results is part of a project that has received funding from the European Research Council (ERC) under the European Union’s Horizon 2020 research and innovation programme (grant agreement No 724972).

 
Facebook
Twitter
Link
Website
Copyright © 2020 SKILLNET, All rights reserved.


Want to change how you receive these emails?
You can update your preferences or unsubscribe from this list.
View our privacy policy.

Email Marketing Powered by Mailchimp