Copy

Als om een of andere reden de knoppen' en links niet goed werken in jouw mail-programma, kan je deze nieuwsbrief ook in je browser bekijken of onze website verkennen.

 
Nieuwsbrief #19 - januari 2021

(v1)

 

Redactioneel


Beste lezers,

CIMICvzw heeft u als nieuwsjaarsgeschenk op 23 januari een webinar cadeau gedaan.

Nadia Nsayi, co-curator van de expo 100 x CONGO in het MAS, was onze gast en schetste de koloniale beeldvorming vóór en na de onafhankelijkheid van Belgisch-Congo. Ze riep daarbij op om bewust te worden van blinde vlekken en moedigde aan om onze referentiekaders te doorbreken en te verruimen. In dat verband was er ook sprake van een noodzakelijke ‘dekolonisering van de geesten’.

Beeldvorming, zoveel is duidelijk, is nooit onschuldig en beïnvloedt mensen in hun manier van denken en handelen. Daar ligt o.a. de oorzaak van stereotyperingen, oordelen en vaak ook discriminatie.

Het hele webinar werd uitgeschreven. We hadden dit beloofd aan de deelnemers, maar denken hiermee de lezers van de nieuwsbrief ook een plezier te doen.

 
Reflecties over of vragen bij beeldvorming lopen verder als een rode draad door deze nieuwsbrief.
 
In het artikel ‘Amazone soja-vrij’ legt Luc Vankrunkelsven uit dat men aan de twee kanten van de Atlantische Oceaan een ander beeld heeft van wat soja-schroot is. Wat men bij ons ‘schroot’ noemt voor het veevoer blijkt beslag te leggen op 1 miljoen hectare akkerland overzee. “Ons landschap beperkt zich dus niet tot wat wij met het blote oog kunnen zien”, schrijft de auteur. We moeten onze beeldvorming rond het Amazonewoud en de Cerrado corrigeren.
 
Hetzelfde geldt voor de beeldvorming rond en in India. Eigenlijk krijgen wij er nauwelijks informatie over, maar we hebben er ons wel – mede door de Britse kolonisatie – een idee over gevormd. India is uiteraard geen land van enkel kommer en kwel, maar het is ook echt niet ‘shining’, wat de regering-Modi ons zou willen laten geloven. De boeren – 58 procent van de bevolking – voelen zich onmenswaardig behandeld en geven hun massaal protest tegen de draconische nieuwe wetten niet op, omdat ze alleen de multinationals en de grote agro-business bevoordelen. Ook de inheemse bevolking (adivasi’s) voelt zich niet menswaardig bejegend en blijft zich verzetten tegen het onwettig inpalmen van hun gronden. Hun pleitbezorgers zitten ten onrechte in de gevangenis en zien hoe de normale rechtsgang wordt verhinderd. Zelfs Amnesty International is in de ‘grootste democratie ter wereld’ niet meer welkom. En Kamala Harris kan nu wel voor veel vrouwen een verre droom zijn, maar het harde leven van elke dag wordt er voor hen niet beter door.  
 
In Veldwerk getuigt Liana TolongeTshatshi hoe Brusselse jongeren op een negatieve manier worden geportretteerd in de media en ze klaagt het onrecht aan.
 
Mogen we dan hoop geen kans geven? Emeritus hoogleraar Ethiek (KU Leuven), Luk Bouckaert, schreef voor ons over ‘Economie van de hoop’ n.a.v. de oprichting van de Trends Leerstoel Economie van de hoop en het verschijnen van een extra nummer van Streven.

Hij legt daarin het onderscheid uit tussen mannelijke hoop (espoir) en vrouwelijke hoop (espérance) en citeert Vaclaf Havel: “Hoop is ergens voor werken omdat het goed is, niet alleen omdat het kans van slagen heeft…”
 
Liza Cortois (Tertio) bespreekt ten slotte een gedichtenbundel van dezelfde auteur ‘Regenboog na diep verdriet. Rouwen om een geliefde’. Luk Bouckaert leidt zijn boekje in met een bijzonder mooi essay over dood en verrijzenis.
 
Tijd hoeven we nu niet te ‘kopen’, laten we hem goed besteden. Door te lezen bijvoorbeeld.
 

 
De redactie,
 
Marc Colpaert
Luc Vankrunkelsven
Jan Van Criekinge
Pascal Blancquaert
Liana Tolonge Tshatshi
Joël Ndombe
 
 
INHOUD Nieuwsbrief #19 - januari 2021

Terug
 

 

Webinar over beeldvorming en kolonisatie met Nadia Nsayi

 

Op zaterdag 23 januari organiseerde CIMICvzw haar eerste webinar. Een uiterst actueel onderwerp en een interessante spreekster lokten vele belangstellenden, maar helaas kon niet iedereen die dat graag had gewild zich vrijmaken op een zaterdagmorgen. Daarom deze uitgebreide bijdrage.
 

Inleiding tot het webinar door Jan Van Criekinge, moderator

In 2020 werden we niet alleen met de neus op de harde realiteit van een wereldwijde gezondheidscrisis gedrukt, maar ook met een vernieuwde burgerrechtenbeweging van zwarte Amerikanen (Black Lives Matter) die overal veel weerklank vond, ook bij ons.

Er kwamen manifestaties waarbij koloniale standbeelden in de publieke belangstelling kwamen en de kop van jut werden van activisten. Vorig jaar werd ook 60 jaar onafhankelijkheid ‘gevierd’ van de grootste Belgische kolonie, Congo. Dat kwam allemaal samen en kreeg weer aandacht. 60 jaar na de formele dekolonisatie van Belgisch-Congo, stonden begrippen als ‘kolonisatie’ en ‘dekolonisatie’ vooraan in de media.

De kolonialistische visie in Europa kende haar hoogtepunt in de tweede helft van de 19de eeuw en vond haar legitimering in de cultureel-wetenschappelijke evolutie die Europa als ‘superieur’ naar voren bracht. Zeker met de technologische vernieuwingen aan het eind van 19de eeuw leek het voor veel Europeanen vanzelfsprekend dat het Europese continent superieur was in vergelijking met de rest van de wereld.

Vooral de wedloop om Afrika, die een direct gevolg was van de Conferentie van Berlijn (1884-85), leidt tot vestiging van Europese koloniale imperia. Dat komt allemaal in een stroomversnelling terecht. Nooit eerder was een heel continent (het Afrikaanse) op nauwelijks 20 jaar tijd volledig onder controle gekomen van Europa. Wat de Afrikanen daar zelf van vonden, kwam niet eens op in de hoofden van de Europese veroveraars. Toch waren die gekoloniseerden zeker geen willoze slachtoffers zoals ze dikwijls werden voorgesteld. Overal in Afrika deden zich allerlei revoltes - al dan niet gewelddadig - voor, opstanden in het algemeen waardoor duidelijk bleek dat de gekoloniseerden niet goedschiks over zich heen lieten lopen en dat er al snel hoop ontstond op een vernieuwde onafhankelijkheid.

Nu ruim 60 jaar geleden, in 1960, het fameuze jaar van Afrika, werden – juridisch gezien – vele landen van Afrika onafhankelijk en was ‘dekolonisatie’ als zodanig een feit. Dat betekent dat een land zijn politieke onafhankelijkheid heeft verworven en geen kolonie meer is.

Maar helaas, neokoloniale bemoeienissen lieten - zoals we weten - een heel ander beeld zien.

Economische belangen van Europese bedrijven in Afrika werden veiliggesteld. Op zondag 17 januari hebben we de moord op Patrice Lumumba herdacht. Het was een triest dieptepunt van de Belgische neokoloniale bemoeienissen in Congo.

In heel die emotioneel geladen discussie over standbeelden die vorig jaar losbarstte, blijkt dat we allesbehalve klaar zijn met ons onverwerkte koloniale verleden. De dekolonisatie van de geesten is nog maar net begonnen, zou je kunnen zeggen.

Er is dus nog heel veel werk, en het is duidelijk geworden dat met ‘dekolonisatie’ veel meer wordt bedoeld dan alleen de formele onafhankelijkheid van de kolonie. Meer en meer gaat de aandacht nu uit naar de continuïteit die er is tussen beeldvorming uit die koloniale tijd en onze hedendaagse complexe en superdiverse samenleving, waarin neokoloniale uitbuiting, superioriteitsdenken, racisme, restitutie van roofkunst, enz, aspecten zijn die niet uit de weg mogen worden gegaan.

We hebben dat ook gezien in de discussies over het vernieuwde AfricaMuseum in Tervuren. We zien dat ‘dekolonisatie’ een lang proces is dat van alle betrokkenen heel veel tijd en moeite vraagt en waar we echt moeten aan werken om eraan te kunnen beantwoorden.

Interculturele dialoog is meer dan ooit noodzakelijk om zonder vooroordelen of stereotypen te leren denken, naar ons verleden kritisch te kijken, maar ook en vooral om het verleden te gebruiken om naar een betere toekomst voor iedereen te kunnen streven.

Dat zijn doelstellingen waar CIMIC altijd voor gestaan heeft. En dat is ook de bedoeling van dit webinar.

Als spreker hebben we Nadia Nsayi uitgenodigd. Zij is bekend geworden voor haar visie op beeldvorming en dekolonisatie. Ze is politicologe, gespecialiseerd in Congo, ze was 10 jaar lang beleidsmedewerker bij de NGO Broederlijk Delen en ook bij de vredesbeweging Pax Christi Vlaanderen.

Sinds 2019 werkt ze bij het MAS (Museum aan de Stroom, Antwerpen). Daar is ze curator beeldvorming en nu ook co-curator bij de expo ‘100 x Congo’, die verlengd wordt tot in september. Vorig jaar is haar eerste boek verschenen ‘Dochter van de dekolonisatie’ (EPO). Zij zal ons door dit uiterst boeiende thema van de dekolonisatie loodsen.

Nadia Nsayi is curator beeldvorming bij het MAS (foto: Broederlijk Delen).
 

Nadia Nsayi: “Word je bewust van je blinde vlekken en je eigen referentiekaders!”

 

EERSTE DEEL: De koloniale beeldvorming

Ik zal niet ingaan op de hele historische context van de kolonisatie, van Leopold II, de Onafhankelijke Congostaat en daarna Belgisch-Congo. In het eerste deel ligt de focus op koloniale beeldvorming van zwarte mensen (in het geval van België ging dat meestal over Congolezen, maar ook Rwandezen en Burundezen).

Het tweede deel gaat over postkoloniale beeldvorming. In welke mate is de beeldvorming rond mensen met een donkere huidskleur geëvolueerd.

Ik ben in 2019 begonnen als curator beeldvorming, maar ik heb er ook zelf een grote persoonlijke interesse in. Ik geloof heel sterk dat beeldvorming een impact kan hebben op hoe wij denken, hoe wij naar mensen en naar onszelf kijken, en hoe we ons op een bepaald moment gaan gedragen ten aanzien van andere mensen en bepaalde gebeurtenissen.

Dit beeld als affiche voor de expo verwijst naar een tv-interview dat heeft plaatsgevonden n.a.v. de opening van de expo in oktober vorig jaar. Een journaliste van ‘kleur’ van de Antwerpse regionale omroep (ATV) stelde één van onze gidsen vragen over de expo.

Beeldvorming

Beelden

Het gaat erom dat we op een of andere manier, door een bepaald denkproces, bepaalde mensen, gebeurtenissen en woorden gaan koppelen aan beelden. Als ik het woord ‘Congo’ uitspreek, roept dat spontaan woorden op als ‘Leopold II’, ‘rubber’, ‘vrouwen die verkracht worden’, ‘conflicten’. Die reacties komen ook ergens vandaan omdat mensen overspoeld worden met heel veel informatie via media, via boeken, via onderwijs. Al die informatie gaat op een gegeven ogenblik bepalen hoe we kijken naar de werkelijkheid en hoe we landen of bevolkingsgroepen op een enge manier gaan bekijken.

Creatie / vorming

Als ik zou vragen waaraan je denkt als ik het woord ‘moslims’ uitspreek, dan zouden mensen daar misschien een heel negatieve beeldvorming aan koppelen omdat ze overspoeld worden door bepaalde beelden in de media. Dat zijn beelden die op een heel actieve en creatieve manier kunnen worden gevormd. Dat zijn geen onschuldige zaken. Beeldvorming is niet onschuldig en onbewust. Ze wordt op een heel bewuste manier gecreëerd en gevormd om mensen te beïnvloeden in hun manier van denken.

Beeldvorming kan gefocust zijn op individuen en instituties. Ze kan op een actieve manier worden gepresenteerd. Zo zie je bijvoorbeeld dat men in het onderwijs in de koloniale periode geprobeerd heeft om een positief beeld te creëren van het hele koloniale project. Beeldvorming is niet onschuldig. Ze heeft een impact op hoe wij denken. Bepaalde beelden krijgen een plaats in onze geesten en het gebeurt zelfs dat beeldvorming een impact kan hebben op hoe wij ons gedragen en hoe we mensen gaan behandelen. Het gevaar van beeldvorming en koloniale beeldvorming of foute beeldvorming tout court, is dat ze kan gestoeld zijn op stereotypes. Dat kan weer leiden tot vooroordelen.

In alle culturen heb je stereotypes en vooroordelen. Het is niet iets dat eigen is aan witte samenlevingen, het Westen of Europa. Interessant is dat die stereotypes en vooroordelen kunnen leiden tot gedrag en handelingen van discriminatie. Daar moeten we heel waakzaam voor zijn. Wanneer vooroordelen en stereotypes leiden tot uitsluiting en discriminatie (bijvoorbeeld op basis van religie, etnisch-culturele afkomst, enz.) wordt het erg problematisch, want mensen worden uitgesloten en ze hebben geen gelijke kansen.

Koloniale periode

Als we nu kijken naar dat koloniale verleden is het goed om ons bewust te zijn van een aantal zaken. Tijdens het koloniale project gaat België een heel actieve koloniale propaganda voeren. Dat was een manier om een draagvlak te vinden voor dat project. Ze gaat gepaard met racistische beeldvorming, want kolonisatie is inherent ook verbonden met racisme en omgekeerd. Men schept een wereldbeeld waarbij Europa superieur is en andere continenten bevolkt worden door mensen die zogezegd inferieur zijn. Een wereldbeeld dat ervan uitgaat dat er witte superioriteit en zwarte inferioriteit is.

De propaganda werd op diverse manieren via onderwijs, de kerk(en) en de media verspreid. België had zelfs een officiële propagandamachine: ‘Inforcongo’. Het koloniale bestuur wilde het beeld creëren van de kolonisatie als iets dat nodig was ‘om mensen te beschaven’. Als zwarte volkeren van Congo ‘primitief’ zijn, ‘minder ontwikkeld’, of ‘niet beschaafd’ dan moeten ze worden geholpen door de witte mensen, meer specifiek door de Belgen om te evolueren naar meer mens zijn. Die koloniale logica en de strakke raciale opdeling van de bevolking in de kolonie leidt ook op het terrein tot raciale discriminatie op diverse vlakken.

Bijvoorbeeld op het vlak van bestuur. De witte mensen besturen en hebben de macht in handen. Zij bekleden hoge posities. De macht ligt bij de regering en specifiek bij de minister van Koloniën. Hij bestuurt Congo en later (na WO I) komen daar ook Rwanda en Burundi bij. Alle bestuursambtenaren in de kolonie (gouverneurs, districtscommissarissen, enz) zijn witte mensen.

Je ziet dat ook in het onderwijs. België heeft heel bewust gekozen om de zwarte bevolking geen toegang te geven tot hoger onderwijs. Men heeft heel sterk geïnvesteerd in basisonderwijs. Mensen konden wel leren lezen en schrijven, maar dat was veeleer om hen te kunnen bekeren tot het christendom. Hen toegang geven tot hoger onderwijs, zeker universitair onderwijs, is pas heel laat gekomen. Men wilde de Congolezen niet laten emanciperen.

Ook in de huisvesting zie je dat. Zwarten woonden in de minder goede wijken. De witte mensen leefden in de stadscentra, in de betere wijken, terwijl de zwarten in de cités moesten wonen.

Congolezen waren de goedkope werkkrachten. Ze werden ingezet in de mijnen, op de plantages, bij de aanleg van wegen en spoorwegen. Men bekijkt hen als mensen die in het beste geval dwangarbeiders zijn. In het slechtste geval slaven (zeker in de periode onder Leopold II). Die raciale discriminatie gaat zelfs door op het niveau van persoonlijke relaties. Ik ben zelf het product van een Congolese moeder en een Belgisch-Congolese vader. Vader was een ‘gemengd kind’, geboren in de kolonie. Zijn moeder was Congolees, zijn vader was een Belg, een koloniaal.

De koloniale overheid had het moeilijk met relaties tussen witte mannen en Congolese vrouwen. Men heeft dat willen verhinderen. Trouwen was vrijwel onmogelijk. Het was niet verboden, maar in de praktijk erg moeilijk. Er was dus een soort ‘apartheid’ in de kolonie, zoals in Zuid-Afrika.

Wereldtentoonstelling in Antwerpen (1894): een ‘zoo humain’ met Congolezen in een nagebouwd fictief dorp (foto: MAS).


Lees verder: de hele tekst vindt u op de CIMIC-website.
 
Terug
 
 

 

Amazone-vrije soja?


Ik heb veel sympathie voor de projecten van ABS – Algemeen Boerensyndicaat. Neem nu Fairebel, die boeren verenigt en beter vergoedt, niet alleen voor melk, maar recent ook voor vlees. De Nederlandse landschapsarchitect Dirk Sijmons stelt terecht: “Een boer die rood staat, kan niet groen doen”. Een correcte vergoeding voor de arbeid en de investeringen van de boer(in) staat dan ook voorop.
 
Maar ons ‘landschap’ beperkt zich niet tot wat wij met het blote oog kunnen zien. Ons landbouw(export)model is voor een groot stuk gestoeld op overzeese eiwitten, vooral soja. We bezetten met zijn allen landschap aan de andere kant van de oceaan: in de Verenigde Staten, Brazilië, Argentinië, Paraguay, Bolivia.
 
In het recente megastallendebat werd zowaar deze sojastroom bijna vergeten. Belgisch veevoer legt beslag op meer dan 1 miljoen hectare akkerland overzee, plus de daarbij behorende kunstmest, sproeimiddelen en regenwater. In het Belgische veevoer zit veel overzeese soja, meestal in de vorm van sojameel, een nevenproduct van de olie-extractie uit de boon. In boerenkringen noemt men dat graag soja-schroot.
 
Nochtans bevat sojameel een hoog gehalte aan eiwitten; het bezit zelfs alle essentiële eiwitten die een mens nodig heeft. De omweg, namelijk de omzetting van plantaardige in dierlijke eiwitten is feitelijk overbodig, maar de meeste mensen zijn nu eenmaal verzot op vlees, melk en eieren.
 
Het gekke is dat aan de twee kanten van de oceaan anders over ‘soja-schroot’ wordt gedacht. Hier stellen landbouworganisaties al decennialang dat we blij mogen zijn dat onze dieren het ‘schroot’ opeten, want het is volgens hen een restproduct van de voedingsindustrie. In Brazilië vertrouwen de boeren me toe dat ze op eerste plaats soja kweken voor de Europese en Chinese veevoeders.
 
De sojaboon bestaat voor 35 à 40 procent uit eiwit. De olie, 19 procent van het volumegewicht, (in Brazilië nu voornamelijk voor ‘bio’diesel gebruikt) is voor hen maar een bijproduct, nl. 540 liter diesel per hectare. Voor de olie- en voedingsindustrie is na het verwerkingsproces 80 procent van de sojaboon schroot. Afval. Voorwaar, een kip-of-ei-discussie, die Wervel al 31 jaar voert met de veevoedersector en boerenorganisaties.
 
Red het Amazonewoud!
 
En dan verschijnt plots de originele campagne van ABS: “Red het Amazonewoud – Koop lokaal”. Met alle respect, maar als het ‘lokale’ dier deels met soja van 10.000 km ver wordt gevoed, dan kan dat toch bezwaarlijk ‘lokaal’ genoemd worden. Wat betekent dan ‘lekker van bij ons’? En ja, het iconische Amazonewoud ligt hier bij de consument erg gevoelig. Maar klopt de slogan wel?
 
In de jaren zeventig van de twintigste eeuw stonden de zuidelijke staten van Brazilië in vuur en vlam. Bijvoorbeeld de prachtige araucáriabossen van deelstaat Paraná moesten eraan geloven. Daar zie je nu vooral immense monoculturen met het koppel soja/maïs.
 
De pinheiro-de-Paraná of de araucária is een indrukwekkende inheemse boom uit de mata Atlântica, maar is ernstig bedreigd, onder meer door de oprukkende monoculturen van soja (foto: Deyvid Setti, Estado de Paraná, BR)
 
Nadien rukte de sojapletwals noordwaarts, via de Cerrado-savanne naar de Amazone. De volgorde? Het kostbare hout wordt uit de wouden gehaald. Nadien wordt er vee opgezet en enkele jaren later komt de soja eraan. Zo kunnen de sojagiganten met soms 50.000 hectaren monocultuur blijven zeggen dat ze niet ontbossen.
 
Inderdaad bij de criteria van de poging om de soja te ‘verduurzamen’ staat dat het niet uit gebieden mag komen, waar na 2008 ontbost werd. Maar wat gebeurde er vóór 2008? Deelstaten zoals Rondônia en Pará, waar het Amazonewoud prominent aanwezig was, is voor het grootste deel al vóór die tijd ontbost. Soja, die daar vandaan komt, wordt nu internationaal ‘maatschappelijk verantwoorde’ soja genoemd. Is dat zo? De velden worden vanuit vliegtuigen bespoten met gif dat in Europa verboden is (maar wel in hetzelfde Europa mag geproduceerd en geëxporteerd worden…).
 
Gebieden van inheemse en andere traditionele volkeren worden omsingeld en vergiftigd door honderdduizenden hectaren soja/maïs. Neem nu de Xingu, het grootste ‘reservaat’ waar 17 inheemse volkeren proberen te overleven. Het is een groene vlek op de kaart van Brazilië, maar volledig omsingeld door rood: monocultuur soja. Alle rivieren ontspringen er tussen die sojavelden. De volkeren zijn afhankelijk van dit vergiftigde water om te zwemmen, zich te wassen, om te koken en te drinken.
 
Red het Amazonewoud!?
 
Er is vóór 2008 al veel vernietigd en met de extreemrechtse president Jair Messias Bolsonaro wordt het er anno 2021 niet beter op. Hij stimuleert allerlei krachten om de wouden af te branden voor runderen en soja. En toch. De Brazilianen vroegen me anno 2009 om het in Europa dringend over de Cerrado te hebben. Dáár komt de meeste soja vandaan die Nederland en Vlaanderen via Rotterdam binnenstroomt.
 
Het Amazonewoud spreekt tot onze verbeelding, maar het is zeer jong. Pas na de laatste ijstijd, 10.000 jaar geleden, begon het zich te ontwikkelen. 3000 jaar geleden was het voltooid, zoals wij het vóór 2008 kenden. Maar sinds 1973 begon de Braziliaanse militaire dictatuur met de ontginning van de Cerrado. Ze bemerkten namelijk dat de Europeanen sinds 1962 verslaafd geraakt waren aan de Amerikaanse soja. “Als de Noord-Amerikanen dat kunnen, dan kunnen wij dat nog beter en goedkoper”, was de gedachte. En zo geschiedde.
 
Het unieke ecosysteem van meer dan 45 miljoen jaar oud is nu al voor meer dan de helft vernietigd. Dat is niet alleen een ecologische, maar ook een sociale ramp, want in deze regio van 2 miljoen km² leven heel wat traditionele volkeren. Ze worden nu opgejaagd, vergiftigd, vermoord. Bovendien is dit gebied heel belangrijk voor koolstofopslag (momenteel is er nog 17,3 miljard ton CO2 opgeslagen) en voor het hydrologisch systeem van het land.
 
Alle belangrijke rivieren ontstaan in het centrum van de Cerrado. Ja, zelfs 50 procent van het water van de Amazonerivier komt uit deze regio. De laatste tien jaar hebben de boeren zowel in Zuid- als in Centrum-West-Brazilië af te rekenen met alles vernietigende droogtes. Niet alleen de biodiversiteit staat onder druk; ook de sojaproductie wordt er jaar na jaar moeilijker.
 
Het verdient lof dat ABS tegelijkertijd ijvert om opnieuw eiwitten uit de eigen regio in ons landbouwsysteem te integreren. Er zijn tal van eiwitbronnen, die kunnen herontdekt worden. Laat ons vooral daarop inzetten. En ondertussen wat minder dierlijke eiwitten tot ons nemen én opkomen voor rechtvaardige prijzen voor boer en boerin. Minder en beter, lokaal vlees, waar iedereen beter van wordt. Daar gaan we voor.
 
Luc Vankrunkelsven
 
De auteur schreef heel wat boeken over het thema. De laatste titel luidt: ‘Een wereld van verdoken slavernij’.
 
 
België, Europees koploper duurzame soja? Een reactie van Wervel op sojadiscussie in Vlaams Parlement
 
Ons land kocht in 2019 365.000 ton duurzame soja aan en daarmee zijn we een van de koplopers in Europa. Dat blijkt uit het antwoord van Vlaams minister van Landbouw Hilde Crevits (CD&V) op een vraag van Vlaams parlementslid Emmily Talpe (Open-VLD). “Deze feiten nuanceren het negatieve verhaal dat vaak wordt verteld”, reageert het parlementslid. Mogen we n.a.v. dit bericht in Vilt toch ook even nuanceren vanaf de andere kant van de oceaan? Duurzaam? Alles is toch zo ‘duurzaam’!
https://wervel.be/mondiaal-dossiers/belgie-europees-koploper-duurzame-soja/
 
 
Digitale boekvoorstelling Clemenspoort Gent op 2 februari 2021
 
Dinsdag 2 februari 2021 (19u30-21u30): Voeten in de Braziliaanse aarde

Op 2 februari ontvangen we, samen met de Werkgroep Duurzaamheid van de Clemenspoort, Luc Vankrunkelsven. Hij wordt ingeleid door Myriam Dumortier (Werkgroep Sint-Pieters-Buiten) en Karel Malfliet (Ecokerk). We bekijken ook een kortfilm van Louise Amand over agro-ecologie in de Cerrado.
 
De avond verloopt volledig online. Inschrijven is niet nodig.
Meer info https://clemenspoort.be/event/boekpresentatie-voeten-in-braziliaanse-aarde/
Deelnemen kan via volgende link:
https://zoom.us/j/3021181693?pwd=RkMyQnVic2VsNkc2N2lQN3hFTHhidz09g
 
Terug

Dossier India


 

Fr. Stan Swamy S.J.: “Een gekooide vogel kan nog steeds zingen”

 
 
In de nieuwsbrief van november hebben we het verhaal gebracht van de 84-jarige Fr. Stan Swamy S.J. die ten onrechte werd gearresteerd voor zijn werk bij de adivasi’s, de oorspronkelijke inheemse bevolking van India. 
Vorige week ontvingen zijn vrienden een brief uit de gevangenis in Mumbai waar hij zich nu bevindt. De zaak krijgt internationale belangstelling. De nationale en internationale steunbetuigingen zijn nu een grote hulp voor hem. We publiceren hier zijn brief.


 “Allereerst waardeer ik ten zeerste de overweldigende solidariteit van velen gedurende de afgelopen 100 dagen dat ik achter de tralies zit. Soms gaf het nieuws van een dergelijke solidariteit me enorm veel kracht en moed, vooral als je beseft dat de enige zekerheid in de gevangenis onzekerheid is. We bekijken het leven hier van dag tot dag.”  

“Een andere kracht kreeg ik tijdens de afgelopen 100 dagen door het observeren van de benarde toestand van andere beschuldigden. Een meerderheid van hen komt uit economisch en sociaal zwakkere gemeenschappen. Velen van hen weten niet welke aanklacht tegen hen is ingediend, ze hebben hun aanklachtformulier niet gezien en zitten al jarenlang in de gevangenis zonder enige juridische of andere hulp. Over het algemeen worden bijna al deze mensen gedwongen om te leven met een absoluut minimum, of ze nu rijk of arm zijn.”  

“Dit brengt een gevoel van broederschap en gemeenschapszin op gang waardoor zelfs het contact met elkaar in deze tegenspoed alleen maar groeit. Anderzijds hebben wij – de zestien medeverdachten (nvdr: de zogenaamde ‘Bhima Koregaon Case’, zie https://cimic-npo.org/2020/11/29/nieuwsbrief-nr-17-november-2020/ ) - elkaar niet kunnen ontmoeten omdat we in verschillende gevangenissen of in verschillende ‘kringen’ binnen dezelfde gevangenis zitten. Maar we blijven nog steeds in koor zingen. Een gekooide vogel kan nog steeds zingen.”   

Fr. Stan Swamy, 22 januari 2021

 
 

Terug


 

Kerk in India steunt boerenprotest tegen landbouwhervorming


 
Het Indiase Hooggerechtshof heeft de omstreden landbouwhervorming dinsdag 12 januari opgeschort.

In New Delhi en vele andere Indiase steden wordt al sinds half november door boeren geprotesteerd tegen de geplande landbouwhervormingen van de regering. De demonstranten krijgen nu ook steun van de leiding van de katholieke kerk.

Bisschop Alex Vadakumthala waarschuwt ervoor dat India en zijn bodemrijkdommen door de nationale regering worden verkwanseld aan multinationale ondernemingen. Hij vestigt de aandacht op de levensbelangrijke rol van boeren in de samenleving.

58 procent van de Indiase bevolking is afhankelijk van arbeid op het land. 85 procent van de kleine boeren bezit minder dan 5 hectare land. Maar de regering lijkt dat uit het oog verloren te zijn.


Strijd op leven en dood

Duizenden Indiase boeren kamperen al bijna twee maanden in de bittere koude. Volgens de Indiase katholieke kerk zijn er bij dat protest ook al meer dan 50 boeren van kou gestorven. Verschillende demonstranten bestempelen die strijd als een strijd om leven en dood.

Bisschop Vadakumthala: “Het is triest dat de regering dit protest negeert, terwijl op een obscene manier steun wordt gegeven aan een wet die de rijken rijker en de armen armer maakt”.


Positie boeren uitgehold

Het Hooggerechtshof heeft de wet van september over de landbouwhervorming eerder van de week echter voorlopig opgeschort. Men probeert ook een dialoog tot stand te brengen tussen de regering en de vakbonden. Na acht mislukte gesprekken geeft dat volgens de bisschop toch hoop op de herziening van een aantal controversiële beslissingen. Het gaat onder meer over bepalingen inzake een grootschalige liberalisering van de landbouwmarkt of de schrapping van de minimumprijzen.

Critici waarschuwen ervoor dat de maatregelen zelfs de voedselzekerheid in gevaar dreigen te brengen.
Door de wijziging kunnen boeren hun landbouwproducten ook niet langer tegen een vaste prijs verkopen aan door de overheid georganiseerde opslagplaatsen. Bovendien krijgen grote bedrijven een machtspositie waardoor zij de landbouwprijzen kunnen drukken en het inkomen van boeren in gevaar brengen. Tegelijk wordt de onderhandelingspositie van de boeren om billijke prijzen af te dwingen ondermijnd. 

(Bron: Asianews)

Dit artikel verscheen op vrijdag 15 januari 2021 op de website van Kerknet.be:

https://www.kerknet.be/kerknet-redactie/nieuws/kerk-india-steunt-boerenprotest-tegen-landbouwhervorming?fbclid=IwAR1ESHd-OvNQyNPFuQuPdtm4rvG3Q4LPbo9alJ3DTnpFR9jF4jVN80vRKhQ
 


Indiase regering bevriest bankrekening Amnesty India en zet organisatie buitenspel

 
Op 10 september 2020 zijn de bankrekeningen van Amnesty India geblokkeerd door de Enforcement Directorate, een onderzoeksinstantie van de Indiase regering. Hierdoor is Amnesty India gedwongen haar werk stil te leggen en het personeel te ontslaan. Alle campagnes en onderzoeken zijn stopgezet.

“Dit is een schandelijke daad van de Indiase regering, die ons dwingt voorlopig te stoppen met het cruciale mensenrechtenwerk van Amnesty India”, zegt Julie Verhaar, waarnemend secretaris-generaal van Amnesty International.

“Dit betekent echter niet het einde van onze inzet voor en betrokkenheid bij de strijd voor mensenrechten in India. We gaan resoluut aan de slag om te bepalen op welke manier Amnesty de komende jaren haar rol kan blijven vervullen binnen de mensenrechtenbeweging in India.”


Lastercampagne

De Indiase regering heeft het al enkele jaren op Amnesty India gemunt. In 2018 deden medewerkers van de Enforcement Directorate een inval in het Amnesty-kantoor en werden de banktegoeden ook bevroren. Meteen na de inval begon een lastercampagne op sociale media en in regeringsgezinde media.

De lastercampagne en intimidaties van de regering volgden op de publicatie van kritische Amnesty-rapporten en -berichten over de onderdrukking van de vrije meningsuiting, het harde politieoptreden tegen demonstranten en de situatie in de deelstaat Kashmir, dat deels van de buitenwereld werd afgesloten.


‘Illegaal geld’

Nu beschuldigt de regering Amnesty India ervan op illegale wijze geld te hebben ontvangen. Deze bewering is overduidelijk niet waar. Amnesty India handelt volledig in overeenstemming met alle toepasselijke Indiase en internationale wetten.

“Helaas is Amnesty’s belangrijke werk beantwoord met de hardhandige methoden waarmee het Indiase maatschappelijk middenveld steeds meer vertrouwd is geraakt. Dit maakt onderdeel uit van het streven van de regering om kritische stemmen het zwijgen op te leggen en een klimaat van angst aan te wakkeren”, zegt Verhaar.

 
Lees meer over Amnesty India en over maatregelen die in India genomen worden tegen de moslimminderheid: https://www.amnesty-international.be/nieuws/indiase-regering-bevriest-bankrekening-amnesty-india-en-zet-organisatie-buitenspel
 
Een protestmanifestatie in India (foto: Amnesty International)

Op de website van de Franstalige Belgische sectie van Amnesty International kan je momenteel een online petitie ondertekenen voor steun aan de collega’s van de Indiase Amnesty-afdeling:
https://www.amnesty.be/veux-agir/agir-ligne/petitions/amnesty-inde
 


Britse vakbonden roepen op tot solidariteit: “Yes, I stand with the farmers!”
 
De Britse arbeidersbeweging staat achter de boeren in India. De secretarissen-generaal van de 17 grote Britse vakbondscentrales ondertekenden een verklaring van solidariteit, samen met de NGO War on Want.

Ze vragen hun leden om samen verdere acties te ondernemen om aan de eisen van de Indiase boeren te voldoen.

“Want wat in India gebeurt, weerspiegelt een wereldwijde trend die de belangen van bedrijven boven die van de mensen in de voedingssector plaatst. Vandaag meer dan ooit, met een aanhoudende pandemie, stijgende werkloosheid, armoede en ongelijkheid, zowel in het VK als wereldwijd, met meer gezinnen die afhankelijk worden van schoolmaaltijden, zijn we ons veel meer bewust van hoe belangrijk het is om het recht te hebben op gezond en aangepast voedsel”, schrijven de Britse vakbonden.

“Alleen door te werken aan voedselsoevereiniteit zullen we in staat zijn om aan de collectieve verovering van de voedselsystemen te weerstaan ​​en miljoenen kleine boeren te ondersteunen - de mensen die de wereld voeden.”

Internationale solidariteit betonen met de Indiase boeren, arbeiders en vakbonden kan door de onderstaande link te gebruiken en een protestmail te sturen naar de Indiase ambassadeur in het VK met de uitdrukkelijke vraag aan de Indiase regering om naar de eisen van het volk te luisteren:

YES, I STAND WITH THE FARMERS

https://secure.waronwant.org/page/74283/action/1?ea.tracking.id=Email_1&ea.url.id=5120275&forwarded=true


 
Boerenprotest in India (foto: Randeep Maddoke, War on Want)


Meer achtergrondinformatie over de standpunten van de Britse vakbonden:
https://waronwant.org/news-analysis/uk-labour-movement-stands-solidarity-farmers-india
https://waronwant.org/news-analysis/what-indian-farmers-protest-can-teach-us-all
 
 
Terug


 

Vergis jullie niet: Kamala Harris is niet van India!”


 
In de Indiase deelstaat Tamil Nadu kan er naar aanleiding van de verkiezingen in de VS natuurlijk bij veel mensen een soort van trots worden vastgesteld. Het is, zo lezen we soms, alsof Kamala Harris, de eerste vrouwelijke vicepresident en eerste Afro- en Indian-American in die functie, in hun verbeelding “gisteren uit Mylapore is vertrokken om net op tijd in de Amerikaanse verkiezingen te scoren”.
 
De Indiase CWC (Catholic Women’s Council) heeft de vicepresidente genuanceerder expliciet gelukgewenst omdat ze ‘het glazen plafond’ heeft doorbroken. Ze sterkt hen “in hun strijd voor waardigheid en gelijkheid van vrouwen wereldwijd”.
 
Haar overwinning “is like the sunrise on the horizon of hope for women”. En men voegt eraan toe: “Jij motiveert ons om verder te gaan op het pad tegen de onderdrukking van vrouwen over de hele wereld”.
In de Indiase sociale media is de toon echter ook vaak een beetje anders en laat men er geen twijfel over bestaan: Kamala is niet van India. Duizenden activistische mensen die het reusachtige continent in een andere richting dan de huidige willen zien evolueren, willen Kamala niet ‘inlijven’.  Hieronder één voorbeeld van de toonaard in die gesprekken.
 
“Vergis jullie niet. Kamala Harris is geen Indiase vrouw. Laat ons de zaken niet verwarren en haar overwinning toeschrijven aan onze ‘Great Indian Culture’.
Laten we niet proberen om haar te beroven van om het even welke verdienste die ze heeft opgebouwd door die te koppelen aan het feit dat voorouders o.a. uit India kwamen.”
 
Kamala Harris, sinds 20 januari 2021 vicepresidente van de VS
(foto: United States Senate, public domain, via Wikimedia Commons)
 
“Ze is in wezen een progressieve Amerikaanse vrouw met een gemengde afkomst. Ze heeft bereikt wat en wie ze is omdat haar moeder de moed had India te verlaten toen ze 19 was en in de VS wetenschappen ging studeren! Ze huwde de man van haar keuze, werd stiefmoeder van twee dochters die ze opvoedde zonder druk uit te oefenen wanneer en met wie ze zouden trouwen. Neen Kamala is geen ‘Indische’!”
 
“Wij hebben nog steeds problemen met het accepteren van mensen uit een andere kaste, een andere religie, een andere taal, een andere staat, met andere eet- en kledinggewoonten. Dan zwijgen we nog over het grootbrengen van een kind – een meisje notabene! - van ‘gemengde’ origine.”
 
“De verkiezingen in de VS gingen niet over ‘ons’. Stop aub met deze beschamende poging om haar succes te recupereren. (Natuurlijk houdt ze van haar idlis en dosas, maar dat is omdat ze gezond en lekker zijn.) Ze is een en al Amerikaans. India wint geen ‘brownie’-punten en we hebben veel en hard werk voor de boeg vóór we een Indiase Kamala aan de top kunnen brengen.”

 
Een merkwaardige ‘stamboom’
 
Er werd ons vanuit India ook een interessante visie (van Matt Baker) over de stamboom van Kamala Harris toegestuurd. Het afstammingsverhaal wordt gekoppeld aan korte, maar heldere definities over ‘ras’, ‘racisme’ en ‘etniciteit’. De boodschap is: Kamala is Kamala. Hieronder het leuke filmpje.
 
Kamala Harris Family Tree | What's the Difference Between Race & Ethnicity?
https://www.youtube.com/watch?v=8qF-IvSqxdE
 

De strijd van de Indiase boeren wordt harder
 
De strijd van Indiase boeren waarover we in vorige nieuwsbrieven (17 & 18) berichtten, wordt harder en de consequenties van de bevochten wetten reiken verder dan gedacht. Er wordt gewag gemaakt van een bedreiging van de constitutionele rechten en instituties zonder weerga.

 
Marc Colpaert
 
Terug

Veldwerk


 

Getuigenis van het politiegeweld tegen Brusselse jongeren


 
Ik kan er niet over ophouden, omdat het telkens weer opnieuw gebeurt. Brusselse jongeren werden nog maar eens op een negatieve manier geportretteerd, zowel in klassieke als minder klassieke mediakanalen. En daarom schrijf ik er nogmaals iets over, omdat niets is wat het lijkt en er echt heel veel onrecht gepaard gaat met het soort verhalen die worden verspreid door de media.
 
Naar aanleiding van de dood van Ibrahima Barrie (23), die op een bedenkelijke manier stierf na een politie-interventie, werd er op woensdag 13 januari 2021 een protestactie georganiseerd in Schaarbeek en Sint-Joost-ten-Node. Ibrahima is de zoveelste dode na een politie-interventie in België. Deze lijst groeit jammer genoeg gestaag.

De protestactie verliep vreedzaam, er waren naar schatting een 500-tal deelnemers. Uit reacties van deelnemers blijkt vooral frustratie, ongenoegen en het gevoel dat er geen rechtvaardigheid voor dit soort incidenten komt. Dit zijn de belangrijkste redenen om mee op te stappen voor vele mensen, jong en oud (zie bijvoorbeeld: https://www.vice.com/nl/article/wx847m/demonstratie-voor-ibrahima).

Jammer genoeg ontstonden er rellen op en rond het Liedtsplein in Schaarbeek na de protestmars. Deze rellen liepen erg uit de hand. De media focusten heel erg op deze afloop. Dat is heel erg jammer, omdat de eigenlijke redenen van de protestmars zo aan kracht verliezen.

Maar ook omdat, voor de zoveelste keer, Brusselse jongeren heel erg negatief worden afgebeeld naar de buitenwereld toe. In Brussel merk je dat men hier genuanceerder naar kan kijken, maar buiten Brussel komen Brusselse jongeren nogmaals over als een losgeslagen bende waar niets mee aan te vangen valt en die de maatschappij tenietdoet.

Dat vind ik heel erg, omdat het enige waar de demonstranten om vroegen, gerechtigheid is en dat de politie-interventies die tot de dood leiden, niet meer zouden voorvallen.


Zondag op de Kunstberg

Op zondag 24 januari 2021 werd er opnieuw een protestactie georganiseerd aan de Kunstberg, kleiner deze keer, met ongeveer 200 aanwezigen. Deze betoging was niet toegestaan, omdat de aanvankelijke toelating van de Brusselse burgemeester uiteindelijk werd ingetrokken op bevel van de minister van Binnenlandse Zaken.

Nadat de betoging een tijdje werd gedoogd, werd aan de betogers door de politie toch gevraagd om de Kunstberg te verlaten. Uiteindelijk werd overgegaan tot de arrestatie van degenen die niet wilden vertrekken.

Jammer genoeg maakte de politie, die massaal aanwezig was met grote middelen, geen onderscheid tussen toevallige passanten en betogers. Dat zorgde er uiteindelijk voor dat heel veel mensen die niets met de betoging te maken hadden, werden opgepakt, ook mensen die ik indirect ken.

Opvallend is dat vooral mensen met een migratie-achtergrond werden opgepakt, die zich toevallig in en rond het Centraal Station bevonden.

Dit voorval legt nog maar eens de pijnpunten bloot van waarom deze betogingen eigenlijk plaatsvinden: de politie is weldegelijk bevooroordeeld en neemt weldegelijk hardere maatregelen tegen bepaalde bevolkingsgroepen. Vooral jongeren met een migratie-achtergrond zijn hier het slachtoffer van.

In totaal werden 245 mensen administratief aangehouden, waarvan een groot deel onterecht. Bovendien werden de aangehouden personen meerdere uren vastgehouden in politiecellen. Sommigen tot 7 uur lang. Toen ze vrijgelaten werden was de avondklok (die in Brussel om 22 uur ingaat) vaak al verstreken.

Dat zorgde natuurlijk voor een risico op het krijgen van een boete, omdat ze zich na de avondklok op straat moesten begeven om naar huis te gaan. Een groot deel van de aangehouden personen zat met meer dan 35 mensen in één cel, waardoor ze geen rekening konden houden met de afstand die bewaard dient te worden van 1,5 meter. Bovendien kregen de aangehouden personen geen water of mochten ze niet naar de WC, waardoor er op de grond werd geplast.
 

GSM-beelden gemaakt door aangehouden jongeren op zondagavond 24 januari 2021 in een Brusselse politiecel
 
 
 
De aangehouden personen hadden hun gsm nog steeds bij de hand waardoor er heel wat beelden over dit incident zijn verspreid. Op deze beelden kan je zien dat er veel mensen bij elkaar in één cel zaten en dat er weldegelijk op de grond werd geplast.

Het is maar de vraag of deze beelden uiteindelijk breder verspreid zullen worden via de reguliere mediakanalen. Nu worden ze uitsluitend verspreid via sociale media. Ik heb nog niets van deze beelden gezien in de actualiteitsprogramma’s en vermoed dat deze er ook niet verspreid zullen worden.
Dat is jammer, omdat ze toch wel blootleggen dat opnieuw heel wat mensen onrechtvaardig zijn behandeld, vooral jonge mensen met een migratie-achtergrond.

 
Liana Tolonge Tshatshi

 
Terug

Boekrecensies


 

Economie van de Hoop. What’s in a name?


 
Twee jaar geleden ontwikkelde het SPES-forum vzw (www.spesforum.be) het project ‘Economie van de Hoop’. Het doel van het project was een mentale shift te realiseren die toelaat vanuit de idee van hoop de economie van binnenuit te herbronnen en te veranderen. (1)

Dat hoop het verlangen is naar een andere en betere toekomst, kan iedereen wel beamen, maar wanneer die hoop vertaald wordt in concrete praktijken blijkt hoe verschillend en vaak tegenstrijdig mensen over hoop, toekomst en economie denken. Kritische en filosofische reflectie is daarom een must willen we valse hoop onderscheiden van duurzame hoop. Daarom dit project.

Het project werd de inspiratiebron voor de oprichting van de Trends Leerstoel Economie van de Hoop aan de Universiteit Antwerpen met als coördinator professor Hendrik Opdebeeck, voorzitter van het SPES-Forum. ‘Trends’ dat de leerstoel financiert, trakteerde zijn abonnees met een lijvige brochure Economie van de Hoop (samengesteld door de leerstoel, Streven en UCSIA).
 

Naast filosofen krijgen ook heel wat praktijkmensen het woord met telkens de vraag: hoe zij de idee van hoop invullen en beleven. Uit de mozaïek van bijdragen blijkt hoe rijk gelaagd de idee van hoop is en hoe ze zich in vele vormen van transitie-economie realiseert. Maar tegelijk tonen ze aan hoe hoop een gemakkelijke prooi is voor manipulatie en illusie. De rijkdom van de brochure samenvatten is niet mogelijk. Ik beperk mij tot twee vragen: wat betekent hoop? En: waarin verschilt een economie van de hoop van de gangbare economie? 
 
Essentieel voor het project is het onderscheid tussen de actieve, maakbare en anderzijds de contemplatieve, ontvangende hoop. Dit wordt mooi gevat in de Franse taal die met twee woorden spreekt over hoop: het mannelijke espoir en het vrouwelijke espérance. Beide dimensies van hoop zijn nodig. Zonder doelgerichte, meetbare en maakbare praktijken (espoir) blijft hoop steken in utopische en onbestemde toekomstdromen.

Maar we weten ook dat de retoriek van Yes we can en Wir schaffen das vlug op haar grenzen stoot. Vaclaf Havel verwijst naar de tweede bron van hoop (espérance) wanneer hij schrijft: ”Hoop is ergens voor werken omdat het goed is, niet alleen omdat het kans van slagen heeft… Het is de zekerheid dat iets zinvol is wat ook de afloop zij of het resultaat”.

Die tweede bron berust niet op het geloof dat we de toekomst zelf bepalen (Yes we can), maar op de overtuiging dat wat we doen - onafhankelijk van het feitelijk resultaat - ‘zinvol’ is. We kunnen dit meta-hoop noemen omdat deze tweede bron van hoop een metafysisch of spiritueel fundament heeft.

Spiritualiteit is immers in zijn brede betekenis het vermogen van de mens om een universele en hoopvolle zin te ontdekken in zijn leven. Zonder activering van onze spirituele vermogens vrees ik dat een economie van de hoop niet veel verder zal geraken dan business as usual verpakt als hoop.

Een economie van de hoop is een economie die de meta-hoop (de espérance of zoals de dichter Péguy het uitdrukt het kleine meisje hoop) in haar project integreert. Daarin onderscheidt ze zich van de gangbare economie die zich optrekt aan het begrip duurzaamheid.

Hoe duurzaam is echter onze zogenaamd duurzame economie? Duurzaamheid kan immers ingevuld worden vanuit de mainstream economische logica die enkel ademt met de rationele long van de efficiëntie. Dit leidt in het beste geval tot de idee van een ecologisch gecorrigeerde markteconomie die neerkomt op een groen kapitalisme. Er is dan wel een streven naar lange termijn efficiëntie die de negatieve effecten van de groei mildert, maar de onderliggende economische groeilogica onverminderd handhaaft.
 

 
Of zoals de Duitse architect Thomas Rau, vurig pleitbezorger van de circulaire economie, het uitdrukt: “We gaan efficiënter en zuiniger om met onze grondstoffen, maar het systeem blijft hetzelfde. Uiteindelijk gooien we de grondstoffen weg. Daarom moeten we het hele systeem in vraag stellen en voor circulariteit kiezen”.(2)

Ongetwijfeld creëert de gangbare economische groei voor veel mensen werkgelegenheid en mogelijkheden tot sociale herverdeling van de welvaart, maar haar interne logica vertraagt enkel de roofbouw van de planeet. Echte duurzaamheid vergt een economie met twee longen: de long van de efficiëntie en de long van de meta-hoop die de spirituele band met de natuur herstelt. De uitdaging bestaat erin een economische logica te ontwikkelen waarbij de natuur niet louter als middel, maar ook steeds als waarde op zich wordt bejegend. Daarin hebben we nog een lange weg te gaan.

Een voorbeeld dat de al vermelde architect Rau zelf toepast, is de toevoeging bij elk gebouw van een materialenpaspoort dat precies beschrijft hoeveel van ieder materiaal in de constructie is gebruikt. Zo weten de architecten precies welke en hoeveel materialen in het gebouw zitten, wanneer er onderhoud moet gebeuren en op welke manier ze het gebouw uit elkaar kunnen halen.

Dankzij een publiek online platform kan men de materialen oneindig blijven hergebruiken, omdat ze geregistreerd staan. Het gebouw behoudt daardoor ook steeds een zekere financiële waarde. Huizen worden nooit helemaal afgeschreven. Hun materialen blijven beschikbaar voor toekomstige producten. Dit stimuleert fabrikanten automatisch om te kiezen voor betere ontwerp- en materiaalkeuzes.


Luk Bouckaert

Luk Bouckaert is prof. em. aan de KU Leuven.

Meer informatie over SPES: www.spes-forum.be en www.eurospes.org

Het hele cahier ‘Economie van de hoop’ staat integraal gratis online tot ieders beschikking via volgende link: https://www.uantwerpen.be/nl/leerstoelen/economie-van-de-hoop/themacahier/

 
Voetnoten
1)   Inspiratiebron voor het SPES-project was het boek Kies voor hoop. Hoe spiritualiteit de economie verandert van Luk Bouckaert (Garant 2017). 
2)   Cobbaut, J. (2020). De mentale exit richting circulaire economie, Etion Forum 2020, https://www.etion.be/kennisbank/de-mentale-exit-richting-circulaire-economie
 

 
Terug


 

Luk Bouckaert: “Je leeft nog bewuster samen dan tevoren”


 
Emeritus hoogleraar ethiek Luk Bouckaert (KU Leuven) schreef het boekje ‘Regenboog na diep verdriet. Rouwen om een geliefde’ na het plotse overlijden van zijn echtgenote Rita Ghesquiere. Het bevat een essay over verrijzenis, gedichten van zijn hand en illustraties van kunstenares Els Vermandere. Ook zij ervoer het verlies van haar zoontje Rune. Het symbool van de regenboog, teken van blijvende aanwezigheid, verbindt hen.
 
Gedichten geven woorden aan mijn gevoelens. We konden geen afscheid nemen van Rita die na een hartstilstand en twee weken coma overleed. Ik schrijf gedichten om mijn verwarde gevoelens te verhelderen en te begrijpen.

Door het neer te schrijven, probeer ik een moment vast te houden. Het gedicht Ik ben er bijvoorbeeld kwam zo tot stand. Ik was in Middelkerke en wandelde langs de zee. Plots voelde het alsof we weer samen liepen. Ik denk dat veel mensen zulke momenten beleven. Mijn verhaal is daar geen uitzondering op. Omdat in de spaarzame woorden van een gedicht zoveel meetrilt, ervaar ik poëzie ook als een vorm van bidden. Woorden zoeken die verbinden met het onzichtbare.


Aanwezigheidsverhalen

Door dat boekje komen mensen met hun verhalen naar mij. Ik heb veel gesprekken die er anders niet zouden komen, die het alledaagse overstijgen. Ik zou ooit een boek willen schrijven met al die aanwezigheidsverhalen.

Ik heb het niet over verschijningen, maar over het gevoel van sterke aanwezigheid en verbinding. Onlangs schreef iemand mij: “Mijn man zal volgende maand al 12 jaar gestorven zijn, maar we praten en denken er samen nog dagelijks over, dat zal altijd blijven”.

Iemand anders had maar enkele jaren samen geleefd met haar echtgenoot. Na meer dan 40 jaar heeft ze nog altijd een diepe verhouding. Soms versterkt het gemis de verbinding. Voor Rita’s overlijden vond ik het allemaal vanzelfsprekend en was ik meer met mijn werk bezig. Wanneer ik nu in huis rondloop, denk ik spontaan aan haar. Wanneer ik alleen eet, brand ik een kaarsje. In die zin leef je nog bewuster samen dan tevoren.

Luk Bouckaert: “Herinneren is meer dan een reconstructie van het verleden, het maakt nieuwe vormen van aanwezigheid mogelijk. Pas dan ervaar je dat het leven sterker is dan de dood“ (foto: © Liza Cortois, Tertio).
 
Menselijk verrijzen

Na Rita’s overlijden ben ik de verrijzenisverhalen met andere ogen gaan bekijken. Vroeger kwam die verschijning van Christus nogal ‘bovennatuurlijk’ over. Het blijft moeilijk te bevatten.

Nu zie ik de gelijkenis tussen mijn verhaal en de ervaringen van de apostelen. Zij moesten afscheid nemen van Hem op een krankzinnige manier. Het was de plotse vernietiging van hun messianistische droom. Daarnaast woog het schuldbesef. Ze hadden Hem allemaal op hun manier in de steek gelaten.

Die verhalen leunen sterk aan bij wat ikzelf ervaar. Tegenover je partner voel je soms ook een soort schuldbesef. Je denkt: “Ik had beter voor haar moeten zorgen. Had ik dat nu niet kunnen voorkomen?” Maar het zijn vooral de onverwachte ervaringen van aanwezigheid bij de apostelen die herkenbaar zijn.

Het idee dat we door onze ervaringen met verrijzenis die van Jezus begrijpen, vond ik bij de protestantse theologe Lytta Basset. Ze is haar zoon verloren door zelfdoding, wat voor haar erg moeilijk te verwerken was. Ze verwijst naar Paulus’ eerste brief aan de Korintiërs (15, 13-16): “Als de doden niet verrijzen, dan is ook Christus niet verrezen”.

Die omkering van perspectief treft mij. Onze ervaring van gemis en aanwezigheid helpt ons het Jezusverhaal te begrijpen en omgekeerd, de ervaring van de apostelen helpt ons de eigen ervaring beter te duiden en te durven spreken van verrijzenis.
 
.
Regenboog

Op het moment dat Rita naar de intensieve zorg ging, vroeg de dokter: “Zijn hier vrouwen die in verwachting zijn?” Mijn schoondochter antwoordde toen: “Ja, sinds deze ochtend weet ik het”. Daarom staat er in een van mijn gedichten: “Ach, mijn lieveling, hoe vreemd, toen ik hemels ging, kreeg jij het leven”.

Sterven en geboren worden, het komt soms dicht bij elkaar. Toen Rita stierf, stond er een enorme regenboog boven Leuven.
Als zij hun kindje kregen en naar huis gingen, stond er opnieuw een regenboog. Toen ik met Els Vermandere afsprak om het te hebben over mogelijke illustraties voor het boek, stond bij mijn vertrek uit Middelkerke een regenboog boven de zee en toen ik bij haar in Lampernisse aanbelde, zei ze: “Je moet eens komen kijken wat een mooie regenboog boven mijn huis hangt”.
Hoe het juist werkt, dat weet ik niet. Het kan zijn dat wij het toevallig opmerken, maar ook dan is het betekenisvol. Telkens de kinderen of kleinkinderen een regenboog zien, geven ze een seintje. Zo kreeg ik onlangs een mail met foto: “Oma staat voor de garagepoort”.


Oefening

Verdriet kan heel passief zijn. Je voelt je slachtoffer. Ik probeer naar best vermogen actief om te gaan met lijden. Toen Rita op intensieve lag, zijn we met de kinderen en kleinkinderen vaak bij haar geweest. We hebben samen te midden van al die hoogtechnologische apparatuur telkens het Nada te turbe van Teresia van Avila gezongen.

De een maakte tekeningen, een ander schreef een brief of een gedicht. We bereidden samen een mooie uitvaart voor. Er was geen tragische sfeer, er kon altijd nog even gelachen worden omdat we Rita bij ons voelden.

Na haar overlijden hebben we het KBS Fonds Rita Ghesquiere opgericht dat steun biedt aan leesprojecten voor kansarme jongeren. Ik ervaar voortdurend hoe gemis en aanwezigheid elkaar opzoeken. In de psychiatrische benadering van rouw mis ik die aanwezigheidservaring. De focus ligt er vooral op gemis en de fasen om dat te leren aanvaarden. Door aanwezigheid kan je net in de tegenwoordige tijd leven.

Herinneren is meer dan een reconstructie van het verleden, het maakt nieuwe vormen van aanwezigheid mogelijk. Pas dan ervaar je dat het leven sterker is dan de dood. Ik denk dat we die aanwezigheidservaring kunnen versterken door oefening.
Ofwel geef je voortdurend voedsel aan de ervaring van gemis. Dan word je droevig en leef je in het verleden. Ofwel geef je voedsel aan aanwezigheid. Dat is de kracht van het verrijzenisgeloof. 


Liza Cortois
 
Luk Bouckaert, Regenboog na diep verdriet. Rouwen om een geliefde, Halewijn, Antwerpen, 2020, 60 p., ISBN 9789085285748

Bestellen kan via: https://www.kerknet.be/kerknet-shop/product/regenboog-na-diep-verdriet

Deze recensie verscheen eerder op de website van het weekblad Tertio onder de titiel: Achterkrant met Luk Bouckaert - “Je leeft nog bewuster samen dan tevoren” van de hand van Liza Cortois. Met dank voor de overname.
 
Terug
Naar Top
Stuur uw interesse of andere reacties naar reactie@cimic-npo.org.
CIMIC vzw
Copyright © 2021 Cimic Vzw, All rights reserved.


Want to change how you receive these emails?
You can update your preferences or unsubscribe from this list.

Email Marketing Powered by Mailchimp